bayhagebeek

  • Zen monnik, wat is dat

    Zen monnik, wat is dat

    Op de foto hieronder zie je mij in een werkpak dat door monniken in Japan gedragen wordt. Ik schafte het aan tijdens mijn reis in november 2023 in Japan op Mount Kōyasan. De berg Kōya is het centrum van het zogenaamde Shingon Boeddhisme, één van de grootste stromingen binnen het Japanse boeddhisme.

    Shingon wordt soms ook wel ‘Japans Esoterisch Boeddhisme‘ genoemd. Koyasan is de plek waar in het jaar 805 Kobo Daishi (Kūkai) het Shingon Boeddhisme aan de Japanners introduceerde. Kōyasan wordt mede hierdoor beschouwd als een van de meest heilige plekken van Japan. Op Kōyasan bevindt zich het hoofdkwartier van het shingonboeddhisme in Japan; dit is de Kongōbuji Tempel.

    Ik vond het dus bijzonder om op deze belangrijke plek juist dit pak tegen te komen. Ik zal het voornamelijk dragen tijdens sesshins (zenretraites) waarin het gebruikelijk is dat men zwarte kleding draagt. 

    In het land Japan maar ook in alle boeddhistische tempels die ik bezocht, voelde ik iets heel duidelijk in mijn lichaam resoneren. Het verblijf daar bleek een ervaring die me meerdere malen rillingen bezorgde, zo kun je lezen in mijn reportage voor boeddhistisch platform Bodhi. Ten tijde van de reis was ik al bijna een jaar bezig met de overweging of ik het pad van zen monnik (Unsui) zou gaan, ik liet hier al eerder iets over los. Ik besloot tijdens mijn reis dat de tijd rijp was voor deze stap.

    Unsui
    Wat betekent Unsui? En wat houdt dit pad in? En wat moet je doen voor de wijding die Shukke Tokudo heet?
    Shukke betekent thuisloos, Tokudo betekent ceremonie: ceremonie van de thuisloosheid.  Je belooft om te leven met thuisloosheid ín de geest. Opdat je een ‘bevrijd’ bestaan leidt. Daarna ben je unsui. Vanuit ‘westerse’ blik wordt dit vertaald als monnik. Un-sui betekent wolk-water. Je belooft wolk te zijn als die nodig is of water zo dát nodig is. Niet mijn ego staat centraal, maar wat de natuurlijke gang van de situatie nodig heeft. In Japan leefde een unsui celibatair in een klooster om zich volledig aan zen-beoefening te wijden. Bij ons kan een unsui zen beoefenen en midden in het maatschappelijk leven staan, met gezin, familie, vrienden en werk. (Bron: https://zendoen.nl/over-de-traditie/)

    Nadat ik van mijn reis terugkwam in Nederland maakte ik mijn beslissing als eerste kenbaar aan Dick Verstegen, mijn zenleraar en -collega bij Zen Centrum Nijmegen. We besloten samen dat dit pad passend is bij het niveau van mijn boeddhistische beoefening en ook bij dit moment in mijn leven.

    Vreugde
    Hoewel ik in Japan besefte dat mijn leven niet drastisch zal veranderen door monnik te worden, brengt het idee me vreugde en maakt het me oprecht blij, steeds weer opnieuw. Zo’n innerlijke vreugde voel ik niet per se heel vaak. Die vreugde hoor ik als een roeping die ik niet kan negeren. Een ‘roeping’ is een begrip dat we allemaal kennen. Doorgaans wordt het omschreven als een zich van binnenuit gedreven voelen om een bepaalde levensopdracht of taak op zich te nemen. Zo kan iemand iemand zich geroepen voelen om een bepaald beroep te leren of zich bevlogen in te zetten voor een bepaalde zaak. 

    Voor mij voelt het zo dat mijn hart en mijn werk van nature in essentie in harmonie willen zijn met de principes en waarden van het boeddhisme. Vandaar die resonantie, vermoed ik…
    Natuurlijk betekent dit niet dat ik elke dag in volledige monnikskledij (die er overigens anders uitziet als het werkpak van de monnik) zal rondlopen. Ik behoud mijn verantwoordelijkheden als ouder en ook ga ik niet bij mijn partner weg om in een klooster te gaan wonen. De wijding, deze weg, herinnert me er enkel steeds opnieuw aan dat ik in dit leven aanwezig wil zijn, met volledige aandacht. Ook ga ik onderzoeken hoe ik nieuwe manieren kan vinden om een leven te leiden waarin ik minder afhankelijk ben van financiële systemen en domeinen voor mijn levensonderhoud.

    Ik weet dat het pad van monnikswijding niet zonder uitdagingen zal zijn in de high-tech 24/7 wereld waarin we nu leven. Het vereist discipline, toewijding en een diepgaande toewijding aan spirituele groei. Maar ik voel dat ik klaar ben om deze weg te verkennen en te ontdekken waar het me zal leiden. Ik ben van mening dat de wereld heel veel meer compassie kan gebruiken in omgaan met al het lijden dat er is. En nog veel meer oefening in het loslaten van concepten, oordelen en ideeën om nog meer lijden aan alle levende wezens en de planeet te voorkomen.
    Dus ja, ik kies voluit voor een weg waarvan ik voel dat ik die moet gaan om daaraan bij te dragen.

    In de komende blogs en nieuwsbrieven deel ik meer over deze weg want zen monnik ben je niet in een dag, daar moet je ook wat heel wat voor doen.


  • Lezing over zen, compassie en in actie komen

    Lezing over zen, compassie en in actie komen

    Lezing door schrijver en zenleraar Bay Hagebeek tijdens presentatie van Het Grote Zen Doe Boek op 18 januari 2024 in boekwinkel Dekker van de Vegt in Nijmegen.

    Ik vertel waarom ik meewerkte aan dit boek. Ik ben namelijk één van de zes geinterviewde personen die in dit boek deelt vertelt waarom ‘ie mediteert. En ik bespreek de voor mij belangrijke én overduidelijke connectie tussen zen/ boeddhisme, compassie en in actie komen (doen wat je te doen hebt).
    Klik op de afbeelding hieronder, dan kun je de lezing op YouTube bekijken. Veel kijkplezier.


  • Zen in het landschap: een reis door Japanse tuinen

    Zen in het landschap: een reis door Japanse tuinen

    Bay Hagebeek maakt een reisreportage over zijn bezoek aan Japan waarin hij Japanse tuinen, de architectuur en de spirituele betekenis ervan bestudeerde.
    Het leverde onvergetelijke ervaringen op en maar liefst 900 foto’s.
    Gepubliceerd op online online boeddhistisch platform Bodhi op 14 december 2023.

    De Japanse tuinarchitectuur is nauw verweven met de beoefening van zen. Bay reist door Japan en ontdekt hoe principes als eenvoud, harmonie en leegte in de Japanse tuinen tot uiting komen.

    Kyoto. Een houten veranda omhult het gebouw. Onhandig beweeg ik op smalle, gladde en enigszins ouderwets uitziende slippers door de tempel. Het is 26 graden en een herfstbries streelt mijn kortgeschoren hoofd. Boomtoppen kleuren lichtoranje. De tempel ruikt als het huis van mijn oma – niet onaangenaam, maar een beetje muf. De tuin verwelkomt me met een frisse geur. Plotseling bevind ik me voor een perfect geharkte grindvlakte. In het midden staat een boom met daaromheen een cirkel van mos. Een zwarte steen rust deels op het mos en deels op een geharkte cirkel eromheen.

    Kennin-ji, gesticht in 1202, is de oudste zentempel in Kyoto. De monnik Eisai,die het zenboeddhisme introduceerde in Japan, diende als eerste abt van de Kennin-ji en is begraven onder de tempel. Zenmeester Dogen, de latere stichter van de Soto-school, werd hier opgeleid. Toch staat de tempel bekend als één van de hoofdtempels van de Rinzai-school. Het is de eerste zentuin die ik mag aanschouwen.

    zentuin Kennin-ji
    De zentuin van Kennin-ji.

    Mijn interesse in Japan werd gewekt toen ik als tiener Mr. Miyagi zag in de film The Karate Kid. Zijn levenshouding, geduld en toewijding fascineerden me. Het raakte iets in mij, een resonantie met een andere cultuur. Zijn rust en karatebewegingen spraken me aan, ook al had ik dit destijds zelf nooit actief beoefend.

    In november 2023 bezocht ik dan eindelijk Japan om Japanse tuinen, de architectuur en de spirituele betekenis ervan te bestuderen. Negen dagen in tempels en tuinen in en om Kyoto, een verblijf op Mount Koyasan en een stukje wandelen op de Kumano Kodo pelgrimsroute stonden op het programma. De groepsreis werd georganiseerd door Zen.nl. Ik bleek de enige ‘niet-Zen.nl-er’ in de groep, maar dat deed niets af aan het gevoel van onderlinge verbondenheid.

    Voorheen had ik geen speciale interesse in Japanse tuinen, maar ik hoopte door deze reis meer over de oorsprong van zen te leren. En een verdere verbinding met de natuur te ontdekken, zoals ik die in de bossen in Nederland zo vaak ervaar.

    Diverse Japanse tuinen en hun betekenissen

    De tuin in Kennin-ji, bleek een voorbeeld van een zentuin. Voor mijn bezoek dacht ik dat alle Japanse tuinen zentuinen zouden zijn, maar ik leerde al snel dat Japanse tuinen elk een uniek doel en esthetische aantrekkingskracht hebben. Combinaties en varianten zijn overal te vinden. De volgende soorten worden grofweg onderscheiden:

    Landschapstuin of ‘Tsukiyama’

    ‘Tsukiyama’ staat voor ‘kunstmatige heuvel’ – een type tuin dat een gevoel van natuurlijke landschappen oproept. Deze omvatten vaak kunstmatige heuvels, echte landschappen, bruggen en watervallen.

    Droge tuin of ‘Karesansui’ (ook wel zentuin)

    De ‘Karesansui’ – een droge tuin die ook wel ‘zentuin’ wordt genoemd vanwege zijn meditatieve karakter. Niet bedoeld om in te lopen, maar om zittend te ervaren en meditatief naar te kijken. Het bevat fijn grind of zand met eilandjes van aarde, mos, enkele stenen en symbolische betekenissen zoals Boeddha-afbeeldingen.

    Theetuin of ‘Chaniwa’

    Het pad naar het theehuis leidt door deze tuin, bedoeld om de geest vrij te maken van alledaagse gedachten en voor te bereiden op de theeceremonie. De tuin straalt sereniteit uit door zijn doordachte beplanting en het subtiele onderhoud.

    Wandeltuin of ‘Kaiyûshiki’

    Een combinatie van landschapstuin en theetuin. Deze tuinen kwamen op tijdens de Edo-periode en bevatten waterpartijen, wandelpaden, bruggen en theepaviljoens. Een adembenemend voorbeeld is de Kenrokuen in Kanazawa.

    ‘Shakkei’ of ‘Geleende Landschappen’

    Bestaande landschapselementen zoals heuvels, bomen en watervallen gaan naadloos op in het ontwerp van de tuin zelf.

    Japanse tuinen shakkei
    De tuin bij Shoden-ji is een voorbeeld van Shakkei met de berg Hiei op achtergrond.

    Seizoenen als symbool voor vergankelijkheid

    herfstkleuren Japan
    Het hotel geeft informatie over de actuele stand van de herfstkleuren.

    Tijdens mijn verblijf vult Kyoto zich dagelijks met meer herfstkleuren. De tempels zijn omgeven door bomen met levendige tinten rood, oranje, geel en groen, terwijl Japanse tuinen transformeren tot kleurrijke landschappen, zoals die van Tenryu-ji. Zelfs bij grijs en regenachtig weer vallen de intense herfstkleuren op. Die kleurenpracht is een begrip in Japan. Online zijn updates beschikbaar over de verandering van kleuren in verschillende regio’s. En in ons hotel geven ze dagelijks informatie over de status van de herfstkleuren in enkele tuinen in Kyoto.

    Ohigan

    De wisseling van de seizoenen heeft ook een symbolische betekenis. Op de dag van de lente-equinox en de dag van de herfst-equinox – en drie dagen ervoor en erna – vieren Japanners Ohigan. Tijdens de equinox zijn dag en nacht even lang, en in deze periode wordt gedacht dat de wereld van de levenden en de wereld van de doden dicht bij elkaar komen. De verandering van het seizoen is een tijd voor persoonlijke reflectie en een tijd om de overledenen te herdenken en eren. Nabestaanden maken grafplaatsen schoon, bieden bloemen aan, branden wierook, bidden en kunnen ook soetra’s reciteren.

    Het woord ‘ohigan’ betekent letterlijk “de andere oever.” Eén van de betekenissen is de andere oever die na de dood wordt bereikt, vandaar de viering van overleden voorouders. Echter, de tweede betekenis van het woord is nirvana (verlichting), dat in boeddhistische leer wordt vergeleken met het bereiken van een verre oever. Ohigan herinnert boeddhistische beoefenaars er dus aan dat ze nirvana kunnen bereiken in dit huidige leven. Beoefenaars reciteren soetra’s en oefenen de zes paramita’s (boeddhistische deugden) tijdens Ohigan.

    Klimaatverandering treft ook de Japanse tuinen

    De tempel Tenryu-ji ligt in Arashiyama, een prachtig gebied aan de voet van de bergen aan de westelijke rand van Kyoto. Het tempelcomplex heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de negende eeuw. Terwijl ik op de houten veranda van de tempel zit, met grandioos uitzicht op de geel en rood wordende tuin, voel ik direct een innerlijke rust over me heen komen. Het is een ervaring die ik steeds opnieuw beleef als ik in Japanse tuinen kom.

    Japanse tuinen
    Thomas Yuho Kirchner (links) en Nobuyuki Hiraki.

    ‘Adem rustig in en uit’, instrueert de monnik die een vroege ochtendmeditatie voor ons leidt. Het is Thomas Yuho Kirchner (1949), een Amerikaan die al vele jaren in Japan woont. Terwijl het deze dag hard regent en de wind door de hal heen waait, deelt hij zijn eigen ervaring met meditatie in relatie tot zijn zoektocht naar de betekenis van zijn bestaan: “Twijfelen over wie ik ben, heeft diepe betekenis in mijn leven. Ik voel mijn eigen groei door zen. Vroeger voelde zen als een last, vergelijkbaar met huiswerk voor studenten. Maar nu is zen zelf mijn enige levensdoel.”

    In deze natuurpracht en in de betovering van een ander land vind ik het moeilijk voor te stellen dat klimaatverandering onze planeet verandert. Maar ook hier is die realiteit natuurlijk doorgedrongen. De stad Kyoto – symbolisch voor haar inzet tegen opwarming van de aarde vanwege het Kyoto-protocol, voortgekomen uit het Klimaatverdrag van 1992 en de klimaatconferentie die in 1997 in de stad werd gehouden – ervaart de directe gevolgen van klimaatverandering doordat het mos in beroemde tuinen uitdroogt.

    Nobuyuki Hiraki, de voornaamste tuinarchitect van de Tenryu-ji-tempel geeft ons tijdens ons bezoek uitgebreid tekst en uitleg over de tuin en het klimaat van Japan. Hij deelt zijn bezorgdheid over de effecten van klimaatverandering op het mos en andere planten in de tuinen van Kyoto.

    Miegakure: op ontdekkingstocht

    Meerdere keren sta ik met tranen in mijn ogen door alles wat ik zie en ervaar. De stad Kyoto is schitterend gelegen, omringd door bergen en beboste heuvels, met de rivier Kamo die de stad doorkruist. Al op de tweede dag in de tuinen ontdek ik op eigen houtje enige samenhang tussen compositie, harmonie, kleuren en het ontwerp van de tuinen. Overal waar je staat, zie je nieuwe dingen. Men maakt daartoe gebruik van ‘doorkijkjes’, volgens het concept ‘Miegakure’.

    ‘Miegakure’, het verbergen en ontdekken, is het idee dat sommige elementen in tuinen deels aan het zicht worden onttrokken, waardoor bezoekers worden uitgenodigd om de ruimte te verkennen en er doorheen te bewegen. Het doorbreken van de gebruikelijke rangschikking van planten in tuinen geeft visuele diepte en wekt ook verwachtingen over wat er verder te ontdekken valt.

    De ruimte tussen de objecten

    De mostuin bij de Saiho-ji-tempel in Kyoto ontroert mij diep. Deze tuin werd in de 14e eeuw ontworpen door de tuinarchitect die ook de eerste zenabt en tuinarchitect van de tuin bij de tempel van Zenryu-ji is: Mosu Soseki. De tuin staat bekend om zijn prachtige mosbedden en wordt ook wel ‘Kokedera’ genoemd, wat ‘mostempel’ betekent. Het is een inspiratiebron geweest voor vele andere tuinen in Kyoto zoals Kinkaku-ji en Ginkaku-ji.

    Om deze tempel te bezoeken, moet je vooraf een tijdslot boeken vanwege de meditatieve activiteit die bezoekers wordt gevraagd uit te voeren, namelijk het overschrijven van een soetra met een speciale kalligrafiestift. De activiteit heeft als doel de bezoeker in de juiste staat van aandacht te brengen. De Saiho-ji tuin wordt beschouwd als één van de meest schilderachtige plekken in Kyoto.

    In deze tuin krijgen we de opdracht om naast alle kleurenpracht ook de plaatsing van en de ruimte tussen de bomen op ons in te laten werken. De bomen lijken op het eerste gezicht wat lukraak geplaatst maar bij langer stilstaan begint de ruimte ook voor mij te werken. Het Japanse concept ‘Ma’ is hier van toepassing.

    ‘Ma’, verwijst naar de ruimte tussen objecten, geluiden, gebeurtenissen of zelfs gedachten. Men beschouwt het als een essentieel element in het creëren van balans, harmonie en betekenis in composities. Stilte tussen geluiden, of ruimte tussen objecten, zijn net zo belangrijk als de objecten zelf.

    mostempel Saiho-ji
    De mostempel van Saiho-ji: Ma komt tot uitdrukking in de ruimte tussen de bomen.

    Zen in de tuin

    Japanse tuinarchitectuur gaat dus niet alleen over esthetiek en het beleven van natuur maar ook over het bieden van een ruimte voor contemplatie, rust en reflectie, en het uitdrukken van diepere spirituele en filosofische ideeën. Japans tuinontwerp en zen raken elkaar door de volgende principes:

    Minimalisme en eenvoud

    Japanse tuinen zijn vaak eenvoudig en gestructureerd, met minimale elementen zoals rotsen, zand, water en planten. Deze minimalistische benadering stimuleert meditatie en innerlijke rust.

    Balans en harmonie

    Er wordt veel aandacht besteed aan het creëren van evenwichtige composities met een harmonieuze relatie tussen verschillende elementen, zoals stenen, waterpartijen en beplanting.

    Symbolisme en betekenis van elementen in de tuin

    Water vertegenwoordigt de stroom van het leven, waarbij watervallen, zoals de drakenpoortwaterval, de scheiding symboliseren tussen het aardse bestaan en het hiernamaals. Een koikarper die probeert aan de andere kant te geraken, symboliseert doorzettingsvermogen en het overwinnen van tegenslagen om een hoger doel te bereiken.
    Rotsen en stenen in Japanse tuinen hebben diverse symbolische betekenissen. Geharkte kiezelstenen in golven of cirkels beelden water uit, terwijl stapstenen in paden de aandacht op elke stap vestigen, symbolisch voor het leven waar elke beslissing zorgvuldig moet worden overwogen. Rotsen staan voor onvergankelijkheid en kunnen figuren van schildpadden en kraanvogels bevatten, die beiden symbool staan voor een lang en gelukkig leven in de Japanse cultuur.

    Japanse tuinen
    Rotsen in de vorm van een kraanvogel.

    Ruimte en leegte

    Ma als universeel principe is een verademing in een tijd waarin kunstmatige intelligentie en computer gegenereerde inhoud de boventoon voeren. Het herinnert ons eraan dat echte verbinding en groei momenten van bewuste reflectie en contemplatie vereisen. Het raakt de universele menselijke ervaring op een manier die woorden alleen niet kunnen uitdrukken.

    Oefening in aandacht

    De zorgvuldige plaatsing van elementen in de tuin, de aandacht voor detail en de zorgvuldige manipulatie van de natuurlijke omgeving weerspiegelen de zen benadering van aandachtig zijn voor het huidige moment en het waarderen van de schoonheid van het eenvoudige.

    Het mooie aan de principes van het Japanse tuinontwerp is dat je ze kunt toepassen in het dagelijkse leven. Ik verheug mij erop om met al deze ervaringen en kennis de Nederlandse natuur in te gaan. En tijdens mijn wandelingen een nog dieper gevoel van verbondenheid met de natuur en het huidige moment aan te gaan.

    Omslagafbeelding: De tempeltuin van Kinkaku-ji. De rotsformaties stellen schildpadden voor. Alle foto’s zijn gemaakt door Bay Hagebeek.


    Lees ook via Bodhi:


  • Ruimte, leegte en openheid

    Ruimte, leegte en openheid

    Het is een tijd geleden dat ik van mij heb laten horen nadat ik aankondigde dat ik een nieuwe schrijfproject ga starten: Unsui Training, een zen pelgrimage door de 21ste eeuw. Dit bericht maakt deel uit dit nieuwe project. Je leest hieronder waarom. 

    Aan het begin van dit jaar sprak ik een goede vriend die mij zei: ‘Waarom stop je niet een tijdje met bloggen? Geef jezelf de ruimte’. Dat klonk mij saai in de oren, maar nu bijna 11 maanden later moet ik concluderen dat ik mijzelf zeker wel die ruimte heb gegeven in dit jaar.

    Mijn 2023 wordt gekenmerkt door een paar indrukwekkende gebeurtenissen. Ten eerste maakte ik mijn eerste operatie mee in januari. Het herstel daarvan nam meer tijd in beslag dan ik van te voren had ingeschat, daarover heb ik al eerder geschreven. In mei en juni ben ik met mijn gezin door Europa gaan reizen in een camper. We reden door Frankrijk en Italië. Ik ontdekte dat ik het heel erg fijn vond om zoveel tijd met alleen mijn gezin door te brengen. Het is prachtig als je je kinderen 24/7 kunt meemaken op een reis buiten ieders ‘normale’ wereldje in Nederland. De kinderen ontdekten hun eigen grenzen en ruimte en mijn partner en ik lieten als ouders tegelijkertijd steeds meer controle los.

    Ikzelf heb reizen altijd lastig gevonden. Als kind ervoer ik hartverscheurende heimwee als ik zonder mijn ouders was. Zo kwamen ze mij ooit eerder ophalen na de bonte avond op een scoutingkamp waar ik samen met een vriendinnetje het nummer Rio de Janeiro van Maywood playbackte.

    Ik wilde die hele week niets liever dan mijn ouders zien en mee terug naar huis. Toen ze er eenmaal waren, twijfelde ik of ik er wel goed aan zou doen. Toch ben ik aan het eind van de avond meegegaan. Iets wat mij niet helemaal zinde, het was het gevolg van mijn gedachten en emoties in die week, dat besefte ik wel. Ik had destijds niet het gevoel dat ik een andere keuze had. Een duidelijke maar moeilijke ontmoeting met mijn ego in de eerste fase van mijn leven. Ik was 9 jaar.

    Later wilde ik niet aan een nieuw schooljaar beginnen toen bleek dat mijn beste vriendin naar de HAVO ging en ik naar het gymnasium. Het leek mij vrijwel onmogelijk om mijn schoolleven zonder haar vorm te geven. Het deed mij pijn om te ervaren dat zij zo gemakkelijk nieuwe vrienden maakte waardoor ik mijzelf het gevoel gaf dat ik niets voorstelde in haar leven. Tijdens mijn pubertijd was dit opnieuw een duidelijke confrontatie met mijn ego. Ik was 13 jaar.

    Nog veel later kreeg ik een relatie met iemand met een heel groot ego. Dat zorgde er voor dat ik mijzelf kwijtraakte in een symbiose. Ik ontsnapte na 15 jaar, op en leeg, denkend dat niemand mij als persoon ooit nog leuk zou vinden. Een hele indringende confrontatie met mijn ego wat in feite mijn eigen ego niet meer was. Ik wist niet meer wie ik was. Ik was 36 jaar.

    Nog veel later oefende ik in aandacht. Mediteren en aanwezig proberen te zijn in alles wat leven is, bracht mij het besef dat wat ik mijn hele leven geprobeerd had te ervaren niets te maken had met al die anderen. Ik miste een thuis in mijzelf. Ik besloot in transitie te gaan van vrouw naar man. Ik was 46 jaar.

    In dit jaar verankert dat thuis zich steeds meer in mij. Ik voel het als ik loop, zit, blij ben of kwaad. Ik ben in beweging op een manier die meer helend is dan ik rationeel kan bevatten. Deze beweging brengt mij vreugde maar is ook intens vermoeiend. Het besef dat ik al mijn maskers af kan doen, mijn wapens kan laten liggen, mijn schild niet meer omhoog hoef te houden voelt bij tijd en wijle zo naakt als de baby die ik was toen ik geboren werd.

    Daarom die ruimte dus… dank je wel, goede vriend. Je kent mij beter dan ik besefte. En ook al zien we elkaar niet meer zoveel, onze band is nog steeds sterk, ik weet dat je dit leest.

    Na de camperreis heb ik mijn rol als zenleraar bij Zen Centrum Nijmegen (voorlopig) neergelegd. Ik besefte dat ik teveel verantwoordelijkheden op allerlei gebieden had. Ik wilde meer tijd en ruimte vrijmaken voor mijn kinderen, om hen thuis ook met voldoende aandacht en energie te zien opgroeien. Daarnaast werd het tijd om mijn eigen meditatieve beoefening intensiever vorm te geven.

    Dat bracht mij ertoe om dit jaar nog een reis te maken. Een groepsreis dit keer, bestemming is Kyoto in Japan. Ik schrijf dit stuk dan ook vanaf mijn hotelkamer aldaar waar het overdag gemiddeld 21 graden is én 8 uur later dan in Nederland. Tijdens deze reis bezoek ik prachtige zen tuinen en -tempels. De eerste drie dagen sprongen de tranen mij regelmatig in de ogen, zo’n impact heeft de enorme schoonheid die dit land herbergt op mij.

    De ruimte die ik dit jaar ervaar, labelde ik eerder als leegte. Nu besef ik dat die leegte niets anders is dan een onbegrensde open ruimte die mij verbindt met alles om mij heen. Ik ben nu 51 jaar.

    Het lukt mij tijdens deze reis helaas niet om heel gedetailleerd te delen wat ik hier zie en meemaak. Dat zal ik uitgebreider doen als ik weer in Nederland ben.


  • Bay Hagebeek spreekt met Kees Klomp, lector Betekeniseconomie aan de Hogeschool van Rotterdam, schrijver en zenboeddhist.
    Gepubliceerd op online boeddhistisch platform Bodhi op 21 september 2023.

    Een nieuwe vorm van economie, waarbij het niet alleen maar draait om zakelijk succes en welvaart, maar juist om maatschappelijk en persoonlijk welbevinden. Dat is in een notendop waar de betekeniseconomie van Kees Klomp om draait: “We kunnen ons bevrijden uit de hedonistische tredmolen.”

    “Het kapitalistische systeem is pas een paar honderd jaar geleden bedacht. En ook de markt is een veel jongere culturele vinding dan ‘de meent’ . De meent is de manier waarop we honderdduizenden jaren met elkaar en met gemeenschapsgoed zijn omgegaan als jagers-verzamelaars.” Aan het woord is Kees Klomp, lector Betekeniseconomie aan de Hogeschool van Rotterdam, schrijver en zenboeddhist. “Men zegt vaak dat kapitalisme en de markt natuurwetten zijn. Maar dat is aperte onzin. Net als de gedachte dat wij de homo economicus zijn; egocentrische wezens. Ook dat is onzin. Het kapitalisme heeft een bepaalde kant van de menselijke geest geconditioneerd.”

    Na een studie politicologie en communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, adviseerde Klomp jarenlang vele grote (inter-)nationale merken als marketing-adviseur. In 2006 loopt hij naar eigen zeggen vast met zijn ‘maatschappelijk geëngageerde ethiek in het conventionele bedrijfsleven’. Hij neemt ontslag en besluit zijn kennis en kunde op het gebied van business development voortaan alleen nog maar te gebruiken om de wereld te verbeteren, met zijn boeddhistische levensbeschouwing als onderlegger. Dit vormt de opmaat voor zijn concept betekeniseconomie.

    ‘Betekeniseconomie’ is het idee dat bedrijven er niet alleen zijn om zakelijk succes en welvaart te genereren, maar ook moeten bijdragen aan maatschappelijk en persoonlijk welbevinden. “Mijn hele leven hebben misstanden rondom mensen meer impact op mij gehad dan misstanden rondom het milieu. Daarom zou je mij eerder kunnen omschrijven als een sociaal activist dan een milieuactivist. Raar maar waar, het milieu kwam lange tijd niet zo hard binnen bij mij. Mensen honger zien lijden of uitgebuit worden wel.”

    Tegen haat of vóór gelijkheid

    “Ik ben altijd een geëngageerd mens geweest. In mijn jongere jaren heb ik lang onderdeel uitgemaakt van de punk scene, de anarchistische kant. Ik zong in de Haarlemse crossover/thrashmetal-band Brutal Obscenity. Volgend jaar treden we nog een keer op, trouwens. Als 55-jarige ben ik de jongste van het stel, kun je nagaan. Met terugwerkende kracht moet ik constateren dat ik een belangrijk gedeelte van mijn leven een vrij verzuurd wereldbeeld had, in de zin dat het tegen van alles was. Tegen haat, tegen ongelijkheid. Ik had niet eerder bedacht dat je ook voor gelijkheid kunt zijn, of voor liefde. Die andere blik bracht het boeddhisme me, het zorgde voor een positief geëngageerde houding.

    Ik heb twee dochters van in de twintig. Mijn vrouw en ik kregen negen jaar geleden nog een verrassing, dus ik heb ook nog een mannetje van negen thuis. De kwetsbaarheid van die generatie die geen enkele schuld heeft, raakt me keihard. Elke dag zie ik dat mannetje en denk ik: ‘Wat ontzettend heftig, alles wat ik nu wel of niet doe gaat uiteindelijk op zijn ‘karmische’ rekening terechtkomen. Hij zal daar gewoon mee moeten leren leven’. Dat maakte een ontwaken in mij los: ‘Ik moet klimaatactivist worden!’ Ik moet in ieder geval véél meer dan alleen maar bezig zijn met die sociaal-economische en maatschappelijke elementen. Dat inzicht vormde de basis van wat ik probeer te doen met ‘betekeniseconomie’.”

    Boeddhistische economie

    Er zijn allerlei verschillende economische scholen die het materiële gedrag van mensen verklaren. Zo is er ook een boeddhistische economische school. Deze is in de jaren zeventig in het leven geroepen door Ernst Friedrich Schumacher . Klomp: “Het is niet zo’n bekende economische denkschool maar voor een boeddhist is het wel één van de meest interessante, omdat ze als enige de geest serieus neemt. Economen kijken standaard naar menselijk gedrag, maar niemand kijkt naar wat die gedragingen veroorzaakt. De basis van gedragseconomie is: je houdt iemand een zak geld voor en als die zak links gaat, gaat de mens ook links. Maar er is geen inzicht over de reden waarom mensen dan links gaan, of wat die zak geld eigenlijk symboliseert.

    De boeddhistische economische traditie houdt als enige rekening met de essentie van de menselijke conditie. Die door de Boeddha samengevat wordt in de eerste edele waarheid: het leven is lijden. Er is geen leven mogelijk zonder lijden. Met dat inzicht in het reine komen, leidt tot een hele andere gelukservaring dan de materiële hedonistische gelukservaring die we door bezit denken te krijgen.

    Ik schat dat ongeveer 90% van alle economische activiteit voortkomt uit het proberen te creëren van een materiële pseudo-oplossing voor die menselijke existentiële leegte. Waarbij bezit staat voor het dichten van het gat in je hart. De huidige economie heet een ‘vrije markteconomie’ maar ik spreek liever over een ‘be-vrijde markteconomie’. Dan gaat het over jezelf bevrijden uit de existentiële tredmolen. We houden onszelf elke keer voor de gek door te denken dat als je dit of dat hebt, of als iets lukt, je een bepaalde status krijgt, of dat je leven zin heeft. Wat de mens daar onbewust eigenlijk mee hoopt, is het overwinnen van de ‘dood’, de onbestendigheid van het leven, de leegte.

    Keerzijde van het succes

    We hebben in de afgelopen eeuwen de vruchten van het huidige economische systeem kunnen plukken. Maar de keerzijde van het succesverhaal is inmiddels bekend: de economische groei blijkt gepaard te gaan met ontwikkelingen die onze samenleving fundamenteel ontwrichten. Denk aan de klimaatverandering, de ineenstorting van de biodiversiteit, de groeiende welvaartsongelijkheid, de polarisatie in de samenleving en de alarmerende toename van het aantal mensen met een depressie of burn-out.”

    In zijn boek Betekeniseconomie (2022) concludeert Klomp dat de ecologische, sociale en individuele kosten van het huidige economische systeem zo hoog geworden zijn, dat er sprake is van een existentiële crisis. “Existentieel betekent dat het onze binnenwereld op zijn kop zet. De crisis in de buitenwereld confronteert de mens met een crisis in onze binnenwereld. Door het wereldbeeld wat we te zien krijgen, stort het zelfbeeld, het mensbeeld, dat heel veel mensen hanteren om het leven onder controle te houden en hanteerbaar te maken, nu finaal in.”

    Je kunt niet zonder betekenis zijn

    Voor zijn inauguratie als lector Betekeniseconomie aan de Hogeschool van Rotterdam maakte Kees Klomp, naast het schrijven van een boek, ook een film om een groter publiek te bereiken. “Ik interview daarin verschillende mensen over wat zij denken dat betekeniseconomie is. De titel ‘Je kunt niet zonder betekenis zijn’ is een uitdrukking van Matthijs Schouten, een Nederlandse ecoloog en filosoof, tevens boeddhist, die in dienst is geweest bij Staatsbosbeheer en er tegenwoordig als adviseur voor werkt.

    Wat Matthijs met deze titel aangeeft, is een rationele, seculiere vertaling van het boeddhistische beginsel van ‘inter-zijn’: ofwel: alles wat een mens doet, zal effect hebben. Het is onmogelijk om dingen te doen in een autonome, geïsoleerde ruimte die geen gevolgen hebben. Dat besef gaat over één van de essenties van de boeddhistische leer, de erkenning van afhankelijk ontstaan.

    Ik ben een leerling van Thich Nhat Hanh, de geëngageerde zen-traditie. Eén van de mooiste uitspraken van Thich Nhat Hanh, die mij altijd heeft geïnspireerd is ‘Do the work’. Niks meer: ‘Just do the work’. Je weet wat je te doen hebt, doe het en laat vervolgens al dat andere los. Dat is het belangrijkste, maar daar hebben mensen moeite mee: doen zonder een zichtbaar of merkbaar effect te sorteren. Het ego wil een vorm van erkenning hebben. ‘Wat ik doe, doet ertoe’. Dat is iets heel menselijks. Maar je kunt dat allemaal loslaten. Je kunt gewoon je werk doen, en erop vertrouwen dat het ergens iets los zal maken. Sommige handelingen hebben weinig effect, daar hoor je niks meer van, andere acties komen via een achterdeur terug. Maar één ding is zeker: alles wat je doet, zal een effect sorteren en plant een zaadje. Dat is in een notendop waar ik de hele dag mee bezig ben.

    De Regenmaker: boeddhistische economie in een kinderboek

    De Regenmaker Kees Klomp

    Tijdens mijn onderzoek hoor ik van ongelooflijk veel mensen dat ze best iets willen doen om het systeem waarin we zitten te doorbreken, zodat we aan een betekeniseconomie bouwen. Maar ze weten niet hoe. Daarom heb ik dit jaar een boekje gemaakt voor basisscholen: De Regenmaker. Dit kinderboek laat op heel eenvoudige wijze zien dat iedereen iets kan betekenen, als we maar met veel zijn.

    Het boekje heb ik opgehangen aan drie wetenschappelijk gefundeerde processen: immersie, dissolutie en amplitie. Omdat ik denk dat deze processen gaan over hoe wij als boeddhisten naar het leven kijken. En wat niet-boeddhisten van ons kunnen leren of hoe wij mensen kunnen inspireren.

    Immersie

    Immersie staat gelijk aan compassie. Het gaat om de erkenning dat er niet alleen lijden is, maar dat je dat lijden ook kunt ontmoeten. Je kunt niet vluchten voor het lijden wat je overkomt, je moet er juist naartoe gaan. ‘The only way out is through‘. Dat is interessant, want de geconditioneerde menselijke reactie is vluchten of vechten. Het begint allemaal met compassie, wat natuurlijk de essentie is van mindfulness. Het is heel interessant dat kinderen dit onwijs goed begrijpen.

    Dissolutie

    Het was sociologe Martha Beck die mij in een video op het spoor zette van dissolutie. Dissolutie is een alternatief voor revolutie. Bij revolutie zien we dat een overheersende macht – vaak met geweld – omver wordt geworpen door een onderdrukte groep mensen; het volk komt massaal in opstand en neemt de macht over.

    Zoals Martha Beck terecht opmerkt, leert de geschiedenis dat een revolutie vaak resulteert in een nieuwe macht met nieuw machtsmisbruik. Dissolutie draait niet om het omverwerpen van macht, maar om het oplossen van macht. Als mensen hun afhankelijkheid van een macht weten op te lossen, verdwijnt die macht. Macht bestaat bij gratie van afhankelijkheid en schaarste. En dus is zelfredzaamheid – of liever gezegd samenredzaamheid – het ultieme verzet.
    Door je niks aan te trekken van machtsstructuren en zo de dominante logica los te laten, creëer je heel veel ruimte die je niet hoeft te bevechten, maar die je gewoon kunt innemen. Ik heb dissolutie in mijn boek Betekeniseconomie beschreven als één van de motoren om de transitie te versnellen.

    Amplitie

    Amplitie komt uit de gezondheidszorg. Machteld Huber introduceerde het concept ‘positieve gezondheid’ in Nederland in 2012. Gezondheid wordt niet meer gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en daarbij zoveel mogelijk eigen regie te voeren. Mensen zijn niet hun aandoening. Toch focussen we daar in de zorg doorgaans wel op. Alle aandacht gaat uit naar hun klachten en gezondheidsproblemen, en hoe we die kunnen oplossen. In plaats van dat we kijken naar wat goed gaat en dat proberen uit te breiden.

    Wat mij betreft gaan deze drie begrippen over de ultieme vorm van activisme: het voorleven van een beter leven. Door je te onttrekken aan de dominante logica dat je als mens enkel bestaat om je uit de naad te produceren en te consumeren – met als enige doel de markt en het vermogen van de elite in het zadel te houden. Er is geen enkele natuurwet die zegt dat dat moet of logisch is.

    In het onderstaande filmpje vertelt Kees Klomp het verhaal van De Regenmaker en licht hij de drie begrippen – immersie, dissolutie en amplitie – toe.

    Samenvoorzienend

    Voor mij is de ultieme vorm van jezelf aan de economische machtsstrijd onttrekken en het voorleven van een beter leven, de opkomst van nieuwe samenwerkingsinitiatieven. Burgers die met elkaar het heft in handen nemen, zich actief ontfermen over een common (dat wat we vroeger ‘meent’ noemden) en daarmee iets aan de macht van de markt en staat onttrekken. In plaats van in verzet te komen, gaat men nieuwe vormen van samenredzaamheid en samenvoorzienendheid ontwikkelen. Ik noem dit ‘Commonisme’. Ik schrijf daar nu een boek over waarin ik de vraag probeer te beantwoorden of de common een volwaardig alternatief voor het kapitalisme kan zijn. Kunnen we de verdeling van kapitaal, arbeid en grond ook via de meent organiseren? Kunnen we de markt oplossen door haar overbodig te maken?”

    Is daarbij nog een speciale rol weggelegd voor boeddhisten? Klomp: “Zij kunnen bij uitstek voorleven hoe je jezelf bevrijdt uit die hedonistische tredmolen. Mijns inziens ligt hier een dankbare taak voor mensen met een boeddhistische levensbeschouwing. En okay, laat ik eerlijk zijn, het is gewoon heerlijk om je verlangens te volgen, dat gevoel ken ik ook hartstikke goed. Maar het is nu aan iedereen op deze wereld om te erkennen wat boeddhisten allang weten: er is lijden in het leven en daar kun je alleen maar bij blijven. Als we dat niet doen, dan wordt ons lijden alleen maar groter.”