lijden

  • ‘Meebewegen met wat er is’

    ‘Meebewegen met wat er is’

    Bay Hagebeek spreekt met Monique Daalderop. Zij werkt met dak- en thuisloze mensen.
    Gepubliceerd op Boeddhistisch Dagblad op 15 mei 2023.

    ‘Je geeft niet gewoon een sleutel aan iemand, die sleutel opent letterlijk een deur naar een ander leven. Dat vind ik zó bijzonder om te mogen doen, iedereen verdient het om ergens te kunnen wonen en om zichzelf te kunnen zijn.’

    Monique Daalderop (58) werkt bij het Meldpunt Bijzondere Zorg (GGD Gelderland Zuid) in Nijmegen en is coördinator van de projecten Housing First en de zorgwoningen. Het Meldpunt Bijzondere Zorg is er voor kwetsbare mensen met meervoudige en complexe problemen die vaak niet in beeld zijn bij hulpverleners of pas in beeld komen door het veroorzaken van overlast. Een aantal hiervan is dak- of thuisloos en na een zwervend bestaan toe aan een eigen vaste woonplek.

    Monique Daalderop bij de Nijmeegse zorgwoningen

    Een woning versus een thuis

    ‘Ik zit zo’n dertig jaar in dit vak. Wat mij altijd al raakte, zijn de mensen die echt helemaal niks hebben. Die mensen hebben bijzondere en krachtige maar tegelijkertijd ook meestal niet heel sociaal geaccepteerde manieren waarop zij zich in het leven staande moeten houden. Wat een worsteling…

    Housing First gaat mijns inziens voornamelijk over het teruggeven van regie aan mensen zelf. Als iemand buiten slaapt, lijkt het alsof die heel veel vrijheid heeft. Maar zo’n persoon kan nergens op terugvallen, die wordt weggejaagd. Ook in opvangvoorzieningen moeten mensen aan allerlei regels voldoen, in een groep wonen en meelopen in een door anderen vastgestelde structuur. Uiteindelijk gaat dat voor de meesten schuren.’Monique Daalderop.

    Het Centraal Bureau voor de Statistiek geeft aan dat er op 1 januari 2021 ruim 32.000 mensen dakloos waren in Nederland. Deze mensen zijn als dakloos geregistreerd: van hen weten we zeker dat ze geen dak boven hun hoofd hebben. Maar de groep dakloze mensen is zeer waarschijnlijk groter. En de groep die geen thuis heeft is nog veel groter. Dak- en thuisloze mensen hebben vaak meerdere problemen tegelijk, zoals geldproblemen, een verslaving, psychische problemen of een verstandelijke beperking.

    Een vaste basis geeft rust, is nodig om jezelf te ontwikkelen en problemen het hoofd te bieden. Housing First Nijmegen werkt daarom vanuit het principe: ‘eerst een huis, dan de zorg’ en is, evenals de zorgwoningen, een samenwerkingsverband van verschillende hulpverleningsinstanties en woningbouwcoöperaties. Voor Housing First zijn er in 2023 twaalf woningen beschikbaar gesteld door woningcoöperaties in de gemeente Nijmegen.

    De ‘zorgwoningen’ (acht tiny houses aan de rand van de stad in een weiland) zijn bedoeld voor langdurig dakloze personen die door allerlei problemen niet in een wijk of andere opvangvoorzieningen passen. Die woningen zijn in 2022 in gebruik genomen. In de zorgwoningen wonen voornamelijk mannen. Dat is geen toeval, er worden veel meer mannen aangemeld dan vrouwen omdat vrouwen op straat een minder zichtbare groep vormen.

    Monique vertelt: ‘Ik gaf laatst een sleutel van een huis aan een meneer die buiten sliep. Daarna gingen we met hem wat eerste levensbehoeften kopen, hij had zelf een mandje. Ik zei alleen tegen hem: ‘Wc-papier lijkt mij een goed idee, we zien je wel bij de kassa’. Toen kwam hij aan met twee pakjes zware shag. Zware shag hoort natuurlijk niet bij boodschappen en inrichting, maar hij wilde dat zelf zo. Dus ik dacht: ‘Nou, dan ga jij toch fijn met je twee pakjes zware shag in je eigen huis zitten’.

    Als mensen een huis hebben, voelt het meestal niet meteen als hun ‘thuis’. Zo was er ooit iemand die nog steeds iedere avond naar de nachtopvang ging omdat dat meer als ‘thuis’ aanvoelde dan zijn eigen woning. Ook was er iemand die twee jaar lang enkel op twee tuinstoelen in zijn woning heeft gezeten voordat hij bedacht dat hij het verder wilde gaan inrichten. ‘Van buiten naar binnen’ is een enorme stap.’

    Schuld en verantwoordelijkheid

    ‘Mensen belanden om uiteenlopende redenen in een situatie van dak- of thuisloosheid. Ik weet niet of er echt mensen zijn die uit overtuiging buiten willen zijn, dat zoemt dan vaak rond in de maatschappij. Er zijn wel mensen die zich niet naar binnen laten halen. Mijn idee is dat dat vooral mensen zijn die zich vanuit angst of psychiatrische toestandsbeelden hebben teruggetrokken. Omdat ze de wereld niet aankunnen of omdat de wereld hén niet aankan’, vervolgt Monique.

    ‘Ik liep een keer in de supermarkt en toen kwam ik een bewoner van de zorgwoningen tegen. Hij valt op door zijn uiterlijk en ook door de manier waarop hij beweegt en praat. Ik ging hem even gedag zeggen en toen zag ik dat andere mensen met een boog om hem heen liepen en mij ineens verschrikt aankeken. Ik realiseerde mij dat deze man nooit normaal wordt bekeken. Iemand zal dus ook niet snel een praatje met hem gaat maken want hij wekt angst op bij anderen. Dat vind ik heel heftig en dat raakt me ontzettend, al moet ik toegeven dat wij natuurlijk al wat langer aan hem gewend zijn geraakt.

    We hebben geen voorwaarden om te mogen wonen, zoals bewindvoering, maar hanteren wel criteria voor instroom: de kandidaat is ouder dan 23 jaar, moet openstaan voor begeleiding, tijdig de huur betalen, geen overlast bezorgen en binding hebben met de regio Nijmegen. We doen een politiecheck waaruit moet blijken of er een veiligheidsprobleem zou kunnen ontstaan of om te controleren of iemand een lange detentie open heeft staan. Het is natuurlijk nogal vervelend als je net iemand in een huis hebt gezet en de politie komt hem er weer uithalen. Dan kun je beter daarna iets aanbieden. We vertrouwen op de inschatting van de aanmelder dat iemand in staat is om zelfstandig-met-hulp te wonen.

    Als het gaat om dak- en thuisloze mensen wordt er door de maatschappij merendeels nog vanuit ‘schuld en eigen verantwoordelijkheid’ gedacht. Men heeft vaak het verkeerde idee dat iedere persoon in Nederland eigen verantwoorde keuzes maakt en dus verantwoordelijk is voor diens eigen lijden. Of men denkt dat het heel makkelijk is om een uitkering aan te vragen. De gewone burger weet niet hoe het is voor iemand die in een totaal andere realiteit zit.’

    Niks en alles

    De samenwerkende partijen detacheren de medewerkers die de bewoners van de Housing First en de Zorgwoningen begeleiden. Dat gebeurt meestal in tweetallen. Die begeleiding wordt gefinancierd door de gemeente. Het prettige van zo’n samengesteld team is dat elke instantie iets unieks in te brengen heeft: een netwerk, kennis, ervaring maar ook hele concrete zaken zoals een bus om spullen in te vervoeren.

    Monique: ‘Op verschillende plekken in Nederland wordt Housing First ook breder ingezet. Housing First in Nijmegen richt zich nog steeds op de oorspronkelijke doelgroep: de langdurig dakloze mensen met complexe problemen. Die groep bestaat uit mensen die je iedere dag weer voor een verrassing kunnen plaatsen. Ook heb je te maken met veel betrokken instanties en hulpverleners. Iedereen moet dus constant meebewegen met wat er is.

    Mijn werk gaat daarom veel over ‘ons product op de kaart zetten’. Het werkt helaas niet zo dat je zomaar met een dak-of thuisloze persoon met langdurige en complexe psychiatrische problematiek bij woningcoöperaties kunt aankomen met de vraag of er een woning voor die persoon is. We hebben nu eenmaal geen makkelijk verkoopbaar ‘product’.

    Ik krijg dus soms ook commentaar dat ik ongestructureerd te werk ga maar het werkt voor mij gewoon niet dat als iemand een huis krijgt, ik in mijn agenda kijk en ‘helaas moet concluderen’ dat ik volgende week pas ruimte en tijd heb. Die persoon moet vandaag nog dat huis in en dan regelen we dat dus.

    Onlangs konden we weer aan iemand een sleutel geven. Hij had wat spulletjes nodig en ik had thuis een matrasje over dus dat nam ik mee. Bij de GGD lag ergens nog een dekbed en een kussentje. Die spullen had ik alvast in de woning gezet en die foto liet ik blij aan een GGD-collega van een andere afdeling zien. Die persoon reageerde met: ‘Ach jee, hij heeft helemaal niks, alleen een kaal huis en dat beetje spullen!’.

    Toen dacht ik: ‘Hij heeft helemaal niks?! Hij heeft een dak boven zijn hoofd! Hij heeft warmte! Hij heeft water! Hij heeft een wc! Hij heeft een matrasje en een dekbed! Hij heeft een voordeur die op slot kan! En hij heeft een nieuw begin. Hij heeft hartstikke veel nu!’. Ik was echt zo verbaasd dat ze zo reageerde. Die man zelf was wel hartstikke blij. Hij zei: ‘Wow, er komt echt water uit de kraan!’.

    Die tegenovergestelde reacties zijn dan bijna grappig.’

    Buiten de lijntjes kleuren

    ‘Ik werk al heel lang in Nijmegen, dus ik ken heel veel mensen die meedenken of bereid zijn buiten de lijntjes te kleuren. Ik kan vaak niet anders dan andere, minder logische wegen zoeken om dingen voor elkaar te krijgen. Ik doe dus best wel eens dingen die officieel niet helemaal mogen als ik iets moet regelen voor iemand. Soms heb ik pech en dan krijg ik op mijn kop. Maar ik kan mijn beslissingen altijd goed uitleggen en dan blijkt uiteindelijk dat je best een hele hoop mag. We krijgen behoorlijk veel ruimte en dat is echt heel prettig.

    Bij doelgroepen zoals deze kun je het ook alleen maar samen doen. De ene partij heeft de woningen, de andere partij verstrekt uitkeringen. We hebben niet ergens voor iedereen meubels klaarstaan of zomaar schulphulp geregeld of een nieuw gebit. Je moet altijd in samenwerking kijken welke stappen je kunt zetten. Housing First bestaat niet als die samenwerking er niet is.

    Ik ben op mijn werk natuurlijk dezelfde persoon als privé maar ik merk wel dat ik meer alert ben geworden op bepaalde signalen. Op een dag toen het ineens hard begon te regenen, schuilde ik onder een afdakje in het centrum van de stad. Er kwam een jongen naast me staan. Ik zag dat hij geen jas droeg en verschillende plastic tasjes bij zich droeg. Ik dacht meteen: ‘Hier klopt iets niet’. Ik maakte met hem een praatje en inderdaad, hij was net dakloos geworden. Ik heb hem toen wat tips gegeven. Dat soort dingen doe ik in mijn privé maar ik neem niemand mee naar huis hoor’. (lacht…)

    ‘Je kijkt op den duur anders naar mensen, dat kun je niet uitzetten. Ik heb ook heel lang met ex-gedetineerden gewerkt. Als ik dan in de stad loop en een portemonnee in een kontzak zie zitten, zeg ik wel eens tegen mijzelf: ‘Let toch op, hoe kun je dat nou zo doen?’. Ik doe er niks mee maar ik zie het allemaal wel en dat is enigszins bizar.

    Ik probeer zoveel mogelijk dat wat van een ander is ook bij die ander te laten. Onze bewoners mogen zelf weten hoe zij hun dingen doen. Die insteek heb ik ook bij mijn collega’s. Mijn ‘knop’ gaat wel snel ‘aan’ als er iets moet gebeuren en dat kan ook in de avonden of nacht plaatsvinden, dat hoort er nu eenmaal bij. Ik word ook onrustig als er voor een bewoner iets geregeld moet worden en niemand kan mij vertellen of dat geregeld is. Ik ga er mij dan net zo lang tegenaan bemoeien tot ik duidelijkheid heb en als ik weet dat het loopt, kan ik het loslaten.’

    Een waardig einde en een einde aan lijden

    ‘Housing First helpt het lijden van mensen verminderen. Dat ervaren de mensen die een woning krijgen ook, al is deze weg natuurlijk hobbelig. Mensen hebben zo lang in een overlevingsstand gezeten en dan ineens zitten ze op een bank in een woning en komt er van alles naar boven. Mensen denken na over wat ze hebben achtergelaten en wat er in hun leven is misgegaan. Mensen komen erachter dat ze hier en daar een pijntje hebben omdat hun gezondheid veel slechter is dan ze dachten óf wilden weten toen ze buiten waren.

    Er zijn ook mensen die nog helemaal niet zo lang in hun huis zitten en dan overlijden. Ik kan dan goed terugkijken op zo’n proces. Zo’n persoon heeft in ieder geval het laatste stuk van zijn leven op een waardige manier geleefd, in vrede en rust en op een eigen plek. Hij is gezien en er hebben mensen afscheid van hem genomen toen het einde naderde. Want dat doen de begeleiders ook, zij blijven tot het eind.

    Ik kan prima omgaan met wat ik meemaak op mijn werk, ik lig daar niet wakker van. Ik voel wel verdriet om mensen die overlijden. Thuis steek ik daarom voor iedereen die overlijdt een kaarsje op en daarna is het ook goed.’

    Geloof

    ‘Deze huidige tijd kan mijns inziens heel veel zachtheid gebruiken. Ik vind het verschrikkelijk hoe sommige doelgroepen in de steek gelaten worden en dat er oorlog wordt gevoerd.

    Ik vind het verschrikkelijk hoe het klimaat ervoor staat. Ik vind het verschrikkelijk dat er partijen opkomen waarvan ik denk: ‘Zit je achter op een ezel en kijk je de verkeerde kant op ofzo?!’.

    Als ik naar het grotere geheel kijk, heb ik zorgen over wat we achterlaten.

    Ik ben niet religieus maar ik geloof wel. Ik geloof in instanties en in de mensen waarmee ik samenwerk. Ik geloof ook heel erg in de mensen die wij in een huisje kunnen laten wonen. Het lukt uiteindelijk niet bij iedereen, maar vooraf heb ik dat geloof altijd wel. Ik heb altijd alle vertrouwen gehad, dat vind ik het belangrijkste om mee te geven aan mensen. Of het nu mijn bewoners zijn of mijn kinderen: ik ga uit van ‘eerst geloven, dan zien’ in plaats van andersom.

    Ik weet en voel dat ik in het hier-en-nu iets kan betekenen voor mijn kleine stukje wereld en daar blijf ik altijd mijn best voor doen.’